Oldewarris

100 woorden verhalen

Samen

Spasmen waren zichtbaar in al zijn bewegingen en hoorbaar in zijn stem. Het meisje liet zich er niet door storen en praatte moeiteloos mee met met het tempo en de toon van zijn woorden. En het was haar aan te zien dat ze genoot van zijn luisterend oor. Ze hadden alleen oog voor elkaar op dit terras. Ze lachten samen vaak. Zij in schaterlach en hij in piepende vreugdegeluiden. Af en toe even samen naast elkaar een blik op een mobiel. Hier kwamen werelden samen die gemakkelijk langs elkaar heen konden gaan. Een Belgisch biertje en cola met een rietje.

Geel

De verdoving begon al bij de deur. Uniformen met verblindend geel. Een zware stem vroeg naar haar naam en of ze binnen mochten komen. Haar mond bewoog, maar er klonk geen geluid. Ze voelde haar maag samentrekken. Haar lijf verstijfde en haar benen sloegen op slot. Vreemde handen leidden haar naar binnen. Om haar heen dat felle geel. Binnen ging de zware stem verder en vormde dodelijke woorden. Woorden uit kanonnen afgeschoten. Woorden als onbestaanbaar pijnlijke bommen die ontploften in haar buik.  Woorden die als messen door haar lijf sneden. Het felle geel werd doffer en langzaam werd het zwart

Voel me

Ik zie dat je bang bent dat je mij verliest. Ik zie dat je angst echt is. Je weet dat die angst terecht is. Je zoekt contact en drukt me stevig tegen je aan, maar van verbinding is geen sprake. Je praat op me in, maar voelt me niet. Ik wil voorbij jouw woorden. Ik wil niet op je huid maar daaronder. Diep van binnen wil ik zijn. Maar ik ben daar niet. Mij daar voelen kon je niet. Maar dat jij nu mijn diepst van binnen aan het verlaten bent dat voel je wel en dat maakt je bang.  

Herkennen

Ze was het stoere meisje uit je klas dat zich door niets en niemand iets in de weg liet liggen en al helemaal niet door haar onvolgroeide rechterarmpje. Ze kon alles, deed alles en liep voorop. Ze was niet veel veranderd, maar jij kennelijk wel, want ze herkende je niet. Haar naam kwam niet direct naar boven, maar je sprak haar aan. Verrast elkaar weer eens te zien, wisselden jullie even oude herinneringen uit. En jij stamelde iets over het vergeten van haar naam, toen ze aangaf hoe knap het was dat jij haar na al die jaren nog herkende. 

Vandaag

Het was vandaag donker. Of de dag had veel te veel kleuren, tezamen zwart. Te vol, te veel.
Vandaag geen hoogtepunten, zelfs geen lichtpunten. De dag had vandaag de kleur van alleen zijn. De kleur van niet samen, van niet in verbinding. De kleur van binnen en niet buiten. De kleur van anders willen. De kleur van moeten wachten. De kleur van willen schreeuwen, maar stil zijn en voelen, heel veel voelen. Willen voelen, moeten voelen, om te ervaren. Ervaren dat het mag zijn zoals het is, wetend dat vandaag morgen niet meer is en andere dagen weer speciaal maakt.

Klein zijn

Klein zijn bij haar. Je hoofd op haar schoot. Je ogen dicht. Haar handen door je haar, haar vingers wandelend over je gezicht. Zij stelt vragen en jij antwoordt. Haar vragen raken de kern, jouw kern. Zij vraagt dwars door jouw patronen heen. Zij keert de rollen om. En meer nog dan dat luistert ze, kijkt ze naar je en voelt ze. Ze laat zich niet misleiden door de muur van woorden om je heen. Ze neemt je mee in haar taal, taal zonder woorden. Ze tilt je op, laat je jezelf voelen en laat je landen in haar schoot.

Schoolfeest

Ik ben zijn juf en hij is mijn leerling dus het mocht niet gebeuren. Maar het gebeurde wel. De grens was overschreden. Het gebeurde op het schoolfeest. Snel, kort en ondoordacht. Maar ik zoende hem. Zachte lippen op elkaar en tongen die elkaar even vonden. Mijn hand achter in zijn hals gelegd en zijn handen aarzelend op zoek naar een plek op mijn lijf. Met zijn 19 jaar gaf het leven ons niet zoveel grenzen, maar mijn baan bepaald wel. Mijn baan, mijn lot, lag nu in zijn handen. De handen die ik zojuist even over mijn lijf voelde gaan.

Fluiten

Haar gehele gehoor was gefocust op zijn fluiten. Ademen en fluiten op een zekere afstand achter haar. Zware voetstappen in maat met haar pas. Omdraaien durfde ze niet. Bonkende hartslag, schokkend happend naar adem, haar longen op zoek naar lucht. Angst belemmerde haar om kalm te blijven. Ze wiebelde op haar hakken. Tranen sprongen in haar ogen. Ze wilde zich niet schuldig voelen over haar kleding, over zo laat alleen op straat, over ‘had toch niet’ en ‘wat deed je daar?’. Wanhopig probeerde ze haar ademhaling te controleren. Dat lukte pas toen het fluiten langzaam zachter werd en rechtsaf sloeg. 

De wind

Languit op het strandbed, liggend op haar rug. Zon en wind op haar huid. Een zacht briesje, onrustig, golfend in willekeurige routes, strelend over haar lijf. Dwarrelend van haar voeten naar haar hoofd en weer terug. Eerst nog óp haar huid, maar de streling maakt nu ook onderhuidse routes. Met haar onderbuik als zenuwcentrum, verdelen langzame heupbewegingen de stroom door haar lijf. Armen blijven roerloos liggen, al schreeuwt nu alles om aanraking. Niets doen, doet inmiddels bijna zeer, als een ijsje plotseling ijskoud op haar buik wordt gelegd. Het ‘o-zo-grappig’ grapje van haar lief maakt alles ineens windstil.

Cliché

Je kwam naar het eiland om te vergeten, om hem te vergeten. Maar het lukt je niet. Mannen schuiven bij je aan en zeggen dat je de mooiste bent van alle vrouwen. Maar dat waren zíjn woorden. Cliché en waar, want als hij het zei dan voelde jij je de mooiste van allemaal. En je scrolt, zoals je dat de hele dag al doet, door oude berichten op je telefoon. Op zoek naar deze woorden. Als je ze leest hoor je zijn stem. En al even cliché en waar biedt dit tropische eiland je niets dan wolken, wind en regen. 

Pagina 1 of 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén